zondag 12 januari 2014

Tiramisu

Tiramisu kun je het beste de avond van tevoren maken. Dan kunnen de Italiaanse lange vingers lekker trekken in de koffie en amaretto en stijft de room goed op. 

Zo kwam het dat ik om half 1 's nachts, na een overigens fantastische avond in de schouwburg, in de keuken stond met mijn schort om. Martijn verklaarde me voor gek en kroop alvast in bed. Maar de volgende dag was ik meer dan tevreden met het resultaat. Mijn eerste tiramisu is een succes!


Voor 6 personen

125 ml slagroom
3 eetl. suiker
3 eidooiers
250 gr mascarpone
150 gr savoiardi (Italiaanse lange vingers)
75 ml sterke espressokoffie
35 ml amaretto likeur
1 eetl. cacaopoeder

Klop de slagroom met één eetlepel suiker stijf. Klop de eidooiers met twee eetlepels suiker op de hoogste stand van de mixer tot een crème. Spatel de mascarpone door het eidooiermengsel. Roer vervolgens voorzichtig de slagroom erdoorheen. 

Verdeel de helft van de lange vingers over de bodem van een rechthoekige schaal. Leg de lange vingers met het suikerlaagje naar beneden. Op deze manier kan de espresso makkelijker intrekken.  Meng de espresso met de amaretto en besprenkel elke lange vinger met twee kleine theelepels van dit mengsel. 

Smeer de helft van de mascarponecrème gelijkmatig over de lange vingers. Hierop leg je weer een laag lange vinger die je besprenkelt met het espresso/likeurmengsel. Verdeel de rest van de crème hierover heen en strijk glad. Doe een eetlepel cacaopoeder in een theezeefje en bestrooi de crème gelijkmatig. 

Laat minstens 3 uur in de koelkast opstijven, maar liefst een hele nacht.

maandag 6 januari 2014

Kapucijnerschotel

Bonen zijn gezond. Toch? 
Maar bij de gedachte aan bruine en witte bonen, zwemmend in een glazen pot, word ik niet blij. Maar.....

Op zoek naar iets anders dan pasta, rijst en aardappelen, hebben Fleur en Peter dit recept gevonden: met kapucijners. En hier word ik wel blij van. Voor iedereen die niet van bruine en witte bonen houdt, is dit recept echt de moeite waard. De kapucijners zijn licht van smaak en een aantal flinke scheppen piccalilly zorgt voor een friszuur tintje.


Ik heb nu meerdere malen de vraag gekregen of ik alsjeblieft een recept prijs wil geven. Dit was in eerste instantie niet mijn bedoeling, jullie moeten wachten op het kookboek, daar komen alle recepten in te staan. Maar ja, hoe leuk is het dat (voor wie dat wilt tenminste) je nu al de keuken in kunt! Dus waarom ook niet, hierbij het recept voor de kapucijnerschotel.

Ik blijf overigens wel gewoon doorwerken aan het kookboek! 


Voor 4 personen.

1 ui
2 tenen knoflook
olijfolie om in te bakken
180 gr vegetarisch gehakt
20 gr paneermeel
1 flinke theel. zout
1/2 theel. paprikapoeder
snuf peper
snufje gemberpoerder
snufje korianderpoeder
700 gr groente (Je kunt een zak gesneden groente nemen of 1 prei, 1 wortel, 1 paprika en 1 courgette)
750 gr kapucijers 
6 eetl. piccallily 

Pel de ui en de knoflook en snijd fijn. Neem een zeer grote (wok)pan en zet deze op het vuur met wat olijfolie. Bak de ui en de knoflook lichtjes aan. Meng in een kommetje de paneermeel met alle kruiden en het zout. Voeg dit samen met het vegetarisch gehakt toe in de pan en bak een minuutje mee. Snijd alle groente in stukjes en voeg toe aan het gehakt. Laat ongeveer 5 minuten op middelmatig vuur bakken. Zet het vuur laag en voeg de kapucijners met vocht toe. Voeg naar smaak piccalilly toe (ongeveer 6 eetlepels). Breng het geheel zachtjes aan de kook. Zodra de groente voldoende zacht is, kun je het gerecht opdienen. 

Lekker met een stukje stokbrood of pitabroodje. 

Eet smakelijk! 

maandag 23 december 2013

Pannenkoeken met airtime

Al sinds ik me kan herinneren maakt mijn broer pannenkoeken met 'airtime' op de camping. Jarenlang heeft hij kunnen oefenen op de beste pannenkoeken. En nu ben ik samen met Sjoerd de keuken in gegaan en heeft hij zijn beproefde kennis aan  mij overgedragen. De belangrijkste lessen wil ik alvast met jullie delen. Deze slimme trucs maken van een gewone pannenkoek een superpannenkoek:

Tip 1:
Voorkom klonten door niet in één keer alle ingrediënten bij elkaar te gooien. Start met de eieren (één per persoon), ongeveer de helft van de bloem en een klein scheutje melk. Mix dit tot een egaal dik mengsel. Pas dan voeg je de rest van de bloem en melk toe. 

Tip 2: 
Gebruik de juiste hoeveelheid olie. Een koekenpan weet zelf hoeveel olie hij nodig heeft. Als je hier gebruik van maakt, voorkom je vette pannenkoeken en dat ze aan de pan blijven plakken. Ga als volgt te werk: schenk een laag olie in de pan en verwarm op middelhoog vuur. Zodra de pan en de olie heet zijn, giet je de olie uit de pan in een kommetje. De benodigde hoeveelheid olie blijft nu aan de pan plakken. In een wat oudere pan blijft daarom meer olie zitten dan in een nieuwe pan. Gebruik bij de volgende pannenkoek de olie uit het kommetje gewoon opnieuw. 

Tip 3:
Geef een pannenkoek zo veel mogelijk airtime. Dit betekent dat je de pannenkoek, met de juiste swing in je arm, hoog de lucht in gooit en omkeert. Je gelooft het misschien niet, maar dit komt de smaak van de pannenkoek echt ten goede! Om nu te voorkomen dat tijdens de airtime de vulling (zoals rozijnen of champignons) uit je pannenkoek vliegen, heeft Sjoerd nog een tip. Maar die tip komt in het kookboek...



zondag 15 december 2013

Appeltaart met custard

Nu ik om jullie beste recept vraag, moet ik zelf toch ook met iets goed komen, nietwaar. Het is appeltaart met custard geworden. Speciaal voor deze maand wilde ik de taart een kersttintje geven. Het moesten kerstkransjes worden, maar dat was nog niet zo makkelijk. 

Ik heb wel een vormpje van een bloem, maar daar zit dus nog geen gaatje in. Samen met Martijn heb ik het huis en de schuur afgespeurd naar een rond uitsteekdingetje van ongeveer 1 centimeter. Daar gingen we: de dop van de zonnebrand, te groot. Mijn ring, te ondiep. De gatenboormachine van Martijn, daar zat nog een opening in. Het kapot geknipte wc-rolletje wilde niet rond blijven. De dop van de lippencrème... perfect!  

Het is een eigen recept. Na vele appeltaarten gebakken te hebben, ben ik nu tevreden. Met toch wel een beetje trots, hierbij het recept. 



taartvorm van ongeveer 25 cm doorsnede en 3 cm hoog

300 gr zelfrijzend bakmeel
150 gr witte basterdsuiker
rasp van 1 citroen
2 flinke theel. speculaaskruiden
175 gr roomboter op kamertemperatuur
3 appels (ik vind goudrenetten lekker)
60 gr rozijnen, geweld in water
3 eetl. suiker
2 eetl. amandelschaafsel
poedersuiker om de taart mee te bestrooien

Custard
20 gr patentbloem
10 gr maizena
250 ml volle melk
1 ei, licht losgeklopt
50 gr suiker
4 gr vanille-suiker
1 theel. vanille-extract

Maak de custard
Meng in een kom de bloem en maizena met ongeveer een kwart van de melk met behulp van een garde. Klop tot je een glad mengsel hebt. Voeg het geklopte ei aan het bloemmengsel toe. Neem een steelpan en doe hierin de rest van de melk, suiker, vanille-suiker en vanille-extract. Verhit dit tot de suiker is opgelost en de melk aan kook komt. Voeg nu al roerend het bloemmengsel toe. Blijf stevig kloppen terwijl de pan op het vuur staat. Als het mengsel dik wordt, dan nog 2 minuten op het vuur laten staan. Blijf goed roeren. Haal de pan van het vuur en doe de custard in een kom. Leg een stuk plastic folie direct op de custard, om te voorkomen dat er een vel op komt.  

Maak de taart
Doe het zelfrijzend bakmeel, de basterdsuiker, de citroenrasp en de speculaaskruiden in een grote kom en roer alles door elkaar. Snijd de boter in kleine stukjes en voeg toe. Nu ga je het geheel kneden. Kneed net zolang tot de boter volledig is opgenomen. Als je het deeg niet tot een bal gekneed krijgt, kun je wat water toevoegen. Voeg steeds een heel klein beetje toe, het deeg wordt al snel te nat. 

Schil de appels en verwijder het klokhuis. Snijd de appels nu in heel dunne plakjes. Je kunt hier het beste een schaaf of dunschiller voor gebruiken. 

Vet de taartvorm in met een beetje boter. Bekleed de taartvorm met iets meer dan de helft van het deeg. Smeer nu de custard egaal over de bodem van de taart. Vervolgens bedek je de custard met de helft van de appelschijfjes. Strooi hier ongeveer drie eetlepels suiker overheen. Verdeel de uitgelekte rozijnen over de taart en breng een tweede laag met appelschijfjes aan. 

Met de rest van het deeg kun je de taart versieren. Ik heb er nu voor gekozen om kerstkransjes uit te steken. Maar je kunt uiteraard ook reepjes deeg op een traditionele wijze kruislings over de taart leggen. Strooi vervolgens de amandelschaafsel er overheen. 

Als je een glimmende taart wilt, kun je het deeg bestrijken met een losgeklopt ei. Ik vind een matte taart net zo mooi. 

Verwarm de oven voor op 180 graden. Zet de taart in het midden en bak hem in 60 minuten gaar. Laat de taart afkoelen voordat je hem uit de vorm haalt en strooi er wat poedersuiker overheen. 

Succes met dit recept!

vrijdag 6 december 2013

Zuppa di zucca


Zuppa di zucca, oftewel pompoensoep, is de 'primi' uit het Italiaanse menu van Adrie. 


Zelf vind ik pompoen niet zo heel erg lekker, vaak een beetje melig. Maar in deze soep smaakt hij zoet en romig. En toeval bestaat niet, deze week zat er een pompoen in het groentepakket!
 


maandag 2 december 2013

Tagliatelle alla boscaiola




Wie droomt er niet over een cursus Italiaans koken: les krijgen van een pittig oud vrouwke die met vol overgave, hardhandig maar soepel het deeg kneedt in keuken vol doorleefde pannen, geurend naar verse kruiden en rijpe tomaten…hmmm…zucht.

Nu heb ik het geluk dat Adrie, de moeder van Martijn (mijn vriend), net een cursus Italiaans koken heeft gevolgd. Dus ben ik niet naar Italië afgereisd, maar wel naar Genderen. En daar heb ik een heus vijf-gangen diner bereid, zoals dat bij de Italianen hoort: antipasti, primi, secondi, contorni en dolci.


Gister ben ik aan de slag gegaan met ‘secondi’, de Tagliatelle alla boscaiola. Oftewel, verse pasta met eekhoorntjesbrood.